Recensie Mieke
05 april 2025
Fotocredit:

Recensie Mieke: Laat me binnen van Manon Uphoff

Drie verhalen waarin mensen verbannen zijn uit hun huis en het leven zoals ze dat kennen.

Laat me binnen ★★★★

Manon Uphoff bewonder ik zeer en het blijft eeuwig schande dat zij in 2020 de Librisprijs niet heeft gekregen voor haar fenomenale roman Vallen is als vliegen, over een onveilige jeugd met een charmante vader die haar en haar zusjes ’s nachts kwam misbruiken. Vijf jaar later komt ze met drie verhalen, over personages die zich niet thuis voelen in hun eigen leven. Zelf zei ze daarover bij VPRO Boeken, toen Lotje IJzermans vroeg of die personages verwant aan de schrijfster waren: ‘Het gaat niet over mij, maar over individuen voor wie de wereld niet vanzelfsprekend een vertrouwde plek is.’

Het eerste verhaal is misschien wel het duisterst: een jonge vrouw zwerft ’s nachts rond in de omgeving van het troosteloze flatgebouw waar ze woont met man en kind. Van buitenaf kijkt ze naar haar eigen wereld, maar ze kan er niet meer in, alsof ze het gevoel heeft dat ze er geen recht op heeft. ‘Opgejaagd als ze wordt door iets ongrijpbaars van binnenuit’, volgens de achterflap.

Het tweede verhaal is autobiografisch en gaat over haar zwager, Husein Hebibovic, een Bosnische militair die mentaal en fysiek geschonden uit de oorlog is gekomen. Ook hij is een vreemde geworden in zijn eigen leven. Van de stoere militair is niets meer over. Hoe Uphoff dit beschrijft! ‘Alles hing en droop: zijn ogen, wenkbrauwen, neus, voorhoofd, wangen, mondhoeken. Zijn lichaam zag eruit alsof het door een slager vaardig was ontbeend en als een verkreukeld laken in elkaar was gezakt. 

Uphoffs proza is vervreemdend, zintuiglijk, zinderend. De personages voelen zich vaak ontregeld, en bij vlagen komt er waanzin langs. Het gaat nooit over hoe ze zich ten opzichte van de buitenwereld gedragen, maar om hun binnenste, iets onbevattelijks. ‘Alsof niets nog echt was. Alles gewoon ook maar een ‘mogelijkheid’, waardoor wat daarvoor gebeurde ook niet echt hoefde te zijn.’

Het laatste verhaal, ‘Harold en Linde’, heeft de lengte van een novelle. De titel klinkt als een sprookje (Hans en Grietje) en gaat inderdaad over een broer en zus. Linde, beeldend kunstenares, is op een verlaten eiland ergens aan de Adriatische kust in haar atelier van de trap gevallen en overdenkt haar leven en dat van haar broer. Ze herinnert zich dat ze als kinderen samen een engel vonden op een begraafplaats. ‘Het perfecte ijsblauwe lichaam van een engel’. Ze hebben het er nooit meer over later, ook niet tegen elkaar, ‘hoewel ze allebei iets deden met de ervaring’. Linde pas toen ze, achter in de vijftig, was doorgebroken als beeldend kunstenaar. Maar de getalenteerde Harold, destijds negen, raakt in zijn leven steeds meer verward in zijn eigen hoofd, en zo van zijn omgeving en tenslotte van zijn zus, vervreemd. 

Stilistisch geweldige maar ook ongrijpbaar vaak, de verhalen in deze bundel van Uphoff. En leuk dat ze woorden als ‘jankvloeken’ gebruikt, of ‘draaischroefde’, die doen denken aan de Tachtigers.

Uitgeverij Querido 208 blz. € 21,99 (e-boek € 12,99)

Back to top